Geschiedenis van Spanje
In dit hoofdstuk staan de belangrijkste gebeurtenissen uit de Spaanse geschiedenis beschreven.
Prehistorie
Spanje was al in de prehistorische tijden bewoond, volgens de meeste bronnen waren er ongeveer 800.000 jaar v. Chr. vooral jagers in het land.
Door de strategische ligging tussen twee continenten, zijn delen van Spanje door meerdere volken bezet geweest. Het noorden van Spanje stond onder invloed van Kelten, de rest is in bezit geweest van volkeren uit Noord-Afrika, later Feniciërs, Grieken en Carthagers.
Later kwamen de Basken, die nu nog regelmatig in het nieuws verschijnen. In eerste instantie beheersten zij een veel groter deel dan het huidige Baskenland.
Uiteindelijk hebben alleen de Romeinen het gehele Iberisch Schiereiland in hun macht gehad.
Romeinse periode
Rond 206 voor Christus kwamen de Romeinen onder leiding van Scipio Africanus, om de toenmalige Spaanse bewoners te bestrijden. Zo ontstond de eerste Punische oorlog. De Romeinen stichtten steden, tempels, Romeinse theaters en brachten veel Romeinse normen en waarden naar de samenleving.
Deze allesoverheersende en indringende bezetting en verrijking door de Romeinen zou Spanje uiteindelijk drie keizers leveren. Het totale Iberische schiereiland kende drie provincies: Bética met Sevilla (huidige naam), Hispania met Tarragona (huidige naam) en Lusitania met Mérida (huidige naam) als hoofdplaatsen. De belangrijkste provincie was Baetica, ontstaan uit Hispania Ulterior. Deze provincie werd zeer rijk. Julius Caesar werd in 61 v.Chr. gouverneur van Hispania Ulterior.
Scipio stichtte in 206 v.Chr. ook de stad Itálica. Deze stad bracht onder andere de keizers Trajanus en Hadrianus voort, wat gepaard ging met Spaanse vertegenwoordiging in de Romeinse Senaat. Spanje zou drie keizers leveren. Toch was de hoofdstad Corduba, het latere Córdoba.
Visigoten
Door de Volksverhuizing en de dooropvolgende instorting van het Romeinse rijk kwamen de Visigoten in Spanje aan de macht in de 5e eeuw. De Visigoten waren een Germaans volk, Hun hoofdstad was Toledo.
Moren
Na de val van de Visigoten kwam de inval van de Moren in 711 via Tarifa en Gibraltar. Dit gebeurde op verzoek van Visigotische heersers. Zeven jaar later startten de christenvorsten een tegenoffensief (la reconquista) waarmee aanvankelijke successen werden geboekt in Covadonga en Asturie. De strijd duurde tot 1492, een belangrijk jaar voor Spanje.
In deze strijd zouden de partijen jarenlang in gewapende en betaalde vrede (taksen) met elkaar leven en wisselende partners kennen. Er zouden Moren aan de zijde van de legendarische El Cid Campeador strijden tegen moren en Christenen.
Het heerschap van de Moren heeft bijna 7 eeuwen geduurd waarin ze de Islam invoerden. Cordoba werd de belangrijkste stad van de Moren. De tegenaanval van de christenen duurde lang en eindigde met de val van Granada op 2 januari 1492 ten
gevolge van de belegering door de Reyes Católicos. Die datum wordt vaak beschouwd als de officiële vereniging van Spanje.
Er werd door Ferdinand de tweede van Aragon en Isabella een verdrijvingsedict getekend, waarin alle Joden werden gedwongen om het land te verlaten, of zich te bekeren tot het christendom. In 1499 gebeurde hetzelfde met de Moslims.
Columbus
Op 12 oktober 1492 ontdekte Columbus Amerika, in zijn zoektocht naar een kortere route naar Azië. De eerste die het land zou hebben gezien was Rodrigo, een matroos. Columbus beweerde echter dat hij een avond eerder al een licht had gezien en streek zelf de eer op. Naast de eer kreeg hij levenslang jaargeld van 10.000 maravedí's!
Columbus dacht overigens dat hij in Indië was en noemde daarom de mensen die hij daar tegenkwam Indianen. Het eiland noemde hij San Salvador, en door de lokale indianen werd het Guanahaní genoemd.
Het Habsburge rijk na Karel V
Tussen 1504 en 1700 onder de Habsburgers, en tussen 1700 en 1868 onder de Bourbons werd Spanje een wereldmacht. Het Spaanse rijk was wereldwijd een gigantische grootmacht. Karel V heerste over grote delen in het huidige Europa. Hieronder vielen oa:
- Het grootste deel van Midden- en Zuid-Amerika
- De Nederlanden
- Duitsland,
- Delen van Italië
- De Filipijnen
- Oostenrijk
- Hongarije
Toen Karels afstand deed van de troon in 1556, werd het rijk verdeeld onder zijn zoon Filips en zijn broer Ferdinand. Ferdinand kreeg het Duitse keizerrijk, en Filips Spanje met de koloniën en De Nederlanden.
Dit hield uiteindelijk niet lang stand. De Nederlanden verzetten zich tegen godsdiensttwisten en de centralisatie, met als gevolg dat ze onafhankelijk werden. De Fransen bestreden de Habsburgers omdat ze zich omsingeld voelden, en ook de Turken bleven lastig doen. De Republiek was vanaf 1588 de facto onafhankelijk, en ontwikkelde zich op handels-, zeevaart- en koloniaal gebied al snel tot een concurrent. Een andere mededinger was Engeland. Uiteindelijk namen deze landen de leidende positie van Spanje over.
De Spaanse succesie oorlog begon in 1701 en duurde tot 1714. De oorlog ging om de landen van het Spaanse Rijk in Amerika en de Spaanse bezittingen in Italië en de Zuidelijke Nederlanden te behouden.
Napoleon
Napoleon Bonaparte, keizer van Frankrijk in de 19e eeuw, domineerde een groot deel van Europa. Hij zette de bourbons af waardoor een jarenlange guerrillaoorlog ontstond, in Spanje bekend onder de naam "guerra de independencia".
Dit begon allemaal toen maarschalk Junot 27.000 onervaren soldaten kreeg om de
regering van Lissabon aan te pakken. Portugal voerde handel met Engeland en dat mocht niet van Napoleons Continentale Stelsel, terwijl Maarschalk Junot zich op Portugal concentreerde, richtte Napoleon zich op de oorlog in Spanje die was ontstaan na de opstand in Madrid op 2 mei 1808. Deze volksopstand kon hij echter niet onderdrukken.
De napoleontische regering in Spanje kwam ten val. Napoleon verloor 17.000 soldaten. Voor de oorlog met Rusland moest hij troepen uit Spanje weghalen, terwijl de problemen in Spanje nog niet waren opgelost. Onder generaal Wellington werden de Spanjaarden geholpen. De Fransen werden uiteindelijk in 1814 uit Spanje verjaagd.
Verlies koloniën
Door deze periode van oorlog en chaos raakte Spanje de controle over haar koloniën kwijt, waardoor heel Midden- en Zuid-Amerika in opstand kwam. Uiteindelijk raakte Spanje vrijwel zijn hele koloniale rijk kwijt. In de tweede helft van de 19e eeuw leidde de Spaans-Amerikaanse Oorlog tot het verlies in 1898 van de laatste Spaanse koloniën: Cuba en Puerto Rico. Ook de Filipijnen werden verloren.
De Franco tijd
De invloeden van de Spaanse dictator Franco zijn nog heel erg goed merkbaar in het huidige Spanje. Generaal Franco bleef aan de macht tot zijn dood in 1975.
Spanje werd tot republiek uitgeroepen in 1932 toen koning Alfonso XIII gedwongen werd om af te treden. Door de politieke instabiliteit die aanhield, ontstond tussen 1936 en 1939 de Spaanse Burgeroorlog. Die begon als een nationalistische opstand tegen de wettige republikeinse regering. Door het bemoeien van omliggende landen was het eigenlijk meer een conflict tussen de democratie en het Franquisme. Het Franquisme is een variant op het Italiaanse fascisme.
Franco was een echte nationalist en hij kreeg dan ook steun van Duitsland en Italië. Hij werd "caudillo" genoemd en wilde geen president worden. Hij bepaalde dat na zijn dood de monarchie hersteld moest worden.![]()
De Spaanse economie kreeg een enorme boost toen Franco overleed. Het toerisme leverde hier een belangrijke bijdrage aan en het bedrijfsleven probeerde te integreren en aansluiting te krijgen bij de rest van Europa.
Na de dood van Franco werd Juan Carlos I, de kleinzoon van Alfonso XIII, de nieuwe koning. Mede door zijn toedoen kwam in 1978 een democratische grondwet tot stand. Antonio Tejero probeerde op 23 februari 1981 een staatsgreep uit te voeren, echter mislukte deze. In 1982 werd de sterk gecentraliseerde eenheidsstaat getransformeerd in een gedecentraliseerde staat met autonome regio's. In 1986 trad Spanje toe tot de Europese Gemeenschap, zodat het vanaf 1993 van de vrije markt kon profiteren.
Terroristische aanslagen
Op 11 maart 2004 vonden er een aantal aanslagen plaats in treinen in Madrid. Er vielen 191 doden. De aanslagen zijn opgeëist door Al Qaida, in verband met de Spaanse militaire activiteiten vanwege de Spaanse militaire aanwezigheid in Irak. De toenmalige premier Aznar sprak over een aanslag van de ETA, dit bleek niet zo te zijn en dit werd hem niet in dank afgenomen. Uiteindelijk werd Zapatero tot president gekozen, hij voerde een verandering van beleid door en haalde de troepen terug uit Irak.





